Groene weetjes

Wat is een berenklauw precies? En wat verstaan we onder biodiversiteit? U leest het op deze pagina.

Zodra de herfst voor de deur staat, maken veel groenliefhebbers hun tuin winterklaar. Volop snoeien, harken en vegen. Maar wist u dat u dieren kunt helpen door minder ijverig op te ruimen? Door de tuin (voor een deel) minder op te ruimen, kunnen dieren namelijk makkelijker nestelen, schuilen of de winter doorkomen. 5 tips om de tuin winterklaar te maken, met liefde en ruimte voor dieren:

1. Laat uitgebloeide bloemen en stengels staan

Uitgebloeide bloemen en stengels van afgestorven planten zijn dan wel dood, er zitten vaak veel eitjes en cocons van nuttige insecten in! Ze hebben de stengels nodig om de winter veilig door te komen. Knip de stengels en bloemen gerust weg rond eind maart of begin april. Dan zijn de insecten wakker geworden en uitgevlogen.

Ook vogels hebben hier profijt van trouwens. In uitgebloeide bloemen zitten vaak zaadjes die vogels gebruiken om aan te sterken voor een koude winter. Laat zaadjes en vruchten vooral liggen in uw tuin. Liggen ze op uw pad? Hark ze dan tussen de planten. Vogels zijn u dankbaar. Daarvoor krijgt u vaak een prachtig fluitconcert terug.

2. Hergebruik dode bladeren in uw tuin

Dode bladeren worden vaak als eerste aangeharkt en opgeveegd. Om daarna in de gft-bak te verdwijnen. Maar dode bladeren zijn juist nuttig. Ze zitten vol voedingsstoffen. Leg ze in een hoekje in de tuin en laat ze in de winter liggen. Dit geeft insecten en egels een plek om hun winterslaap te doen. Heeft u een grasveld? Maai de bladeren dan mee en hark de snippers tussen de planten. Schimmels, wormen en andere kleine diertjes verwerken de versnipperde bladeren in een mum van tijd tot compost, een superfood voor uw tuinplanten. En helemaal gratis. 

3. Maak vogelhuisjes schoon

Heeft u een vogelhuisje in de tuin hangen? Maak na het broedseizoen het vogelhuisje schoon. Verwijder oud nestmateriaal en borstel het schoon met koud water. In de winter gebruiken vogels deze nestkastjes als slaapplek. En vogels houden van een schoon huisje. Zijn ze in de winter gewend geraakt aan hun plekje? Dan is de kans groot dat u ze terugziet in de zomer.

4. Maak uw tuin groener

Een groenere tuin geeft dieren meer ruimte om te leven. Plant hogere struiken waar vogels in kunnen schuilen. Lage dichte struiken zijn fijn voor egels. Let er bij de keuze van plantensoorten op dat ze op verschillend momenten bloeien. Dan hebben insecten het hele jaar door voedsel. Welke struiken zijn goed voor de dieren? 

  • Struikklimop (Hedera helix ‘Arborescens’)
  • Vuilboom (Frangula alnus)
  • Meidoorn (Crataegus monogyna)
  • Krentenboompje (Amelanchier lamarckii)
  • Vuurdoorn (Pyracantha coccinea)

5. Help egels de winter door met een egelhuis

Egels hebben steeds minder ruimte om te leven. Per jaar komen 135.000 egels om door aanrijdingen. U kunt helpen door uw tuin weer geschikt te maken voor egels! Zorg voor een opening in de schutting waardoor ze uw tuin in kunnen. Door een hoekje of een egelpoortje. Zo kunnen ze beschutting zoeken. 

Wilt u de egels écht een plezier doen? Plaats dan een egelhuisje op een beschutte plek. U kunt egels in de winter voeren met egelvoer. Zet daarbij een schaaltje water. Wist u dat de egel dol is op slakken? Met een egel heeft u meteen een natuurlijke plantbeschermer.

De term 'biodiversiteit' hoor en zie je steeds vaker. Maar wat is het eigenlijk? En waarom is het zo belangrijk? Biodiversiteit is de verzameling van alle levende organismen in een bepaald ecosysteem. Het zijn planten, dieren en micro-organismen die met elkaar samenwerken. Een grote biodiversiteit is erg belangrijk. Onder andere voor de bestuiving van ons voedsel, schoon water, gezonde lucht en zelfs onze mentale gezondheid. 

Helaas gaat het erg slecht met de biodiversiteit. In de hele wereld en zeker ook in Nederland. Bij ons is sinds 1900 85% van alle inheemse planten- en diersoorten verdwenen. Nederland is daarmee koploper biodiversiteitsverlies van Europa. Er zijn verschillende redenen voor de sterke afname. Met name door grootschalige landbouw en pesticiden gebruik, stifstofuitstoot en door afname van leefgebieden door verstedelijking. 

Vanuit de gemeente zijn we druk in de weer om biodiversiteit te vergroten. Waar gras eerder kort werd gemaaid, zijn nu vaker bloeiende bermen en velden te zien. Hier groeien meer soorten planten dan voorheen. Hier komen meer dieren en insecten op af. Maar we doen nog meer. We richten buurten en wijken in met meer groen dan vroeger. Tijdens het bouwen zetten we in op natuur, zoals groene daken en nestkasten in gevels. Ook maken we natuurvriendelijke oevers. Lees hier wat u zelf kunt doen!

Een lesje berenklauw. In Heemskerk groeien twee soorten berenklauw. De gewone berenklauw en de reuzenberenklauw. Deze planten groeien vooral in ruige beplantingen of bermen. De gewone berenklauw groeit hier al jaren en wordt meestal niet groter dan anderhalve meter. Deze plant is ongevaarlijk voor mens en dier. De reuzenberenklauw komt hier niet vandaan en noemen we een ‘invasieve exoot’. De plant kan 4 meter hoog worden en is wél gevaarlijk. Vooral voor kinderen. Raak de plant dus ook niet aan. In combinatie met zonlicht kunnen blaren op de huid ontstaan.

Hoe houdt u de twee uit elkaar?

Naast verschil in lengte kunt u ze op nog een paar punten uit elkaar houden. De stengel van de reuzenberenklauw kan wel 10cm dik zijn en heeft rode vlekken. De gewone berenklauw heeft geen vlekken en en een dunnere stengel. Ook zijn de bladeren van de reuzenberenklauw groot (ruim 1 meter lang). In juli herkent u de reuzenberenklauw aan de grote witte bloemen in de vorm van een paraplu.

Ik heb reuzenberenklauw in de tuin, wat nu?

  • Verwijder de berenklauw vóór de bloei en voer af in de groene afvalbak. Draag hierbij beschermende kleding en stevige handschoenen.
  • Verwijder zoveel mogelijk van de wortels door met een spade/schep schuin in de grond te steken.
  • Wanneer u bloemen van de reuzenberenklauw in uw tuin heeft, voer deze af in de grijze afvalbak.
  • Wilt u reuzenberenklauw liever niet zelf wilt verwijderen. Schakel dan een professional in.

Wat te doen als u reuzenberenklauw in de openbare ruimte ziet

De gemeente heeft goed in beeld waar reuzenberenklauw groeit. Op deze plekken bestrijden we dan ook actief door verwijdering en begrazing. Schapen zijn er dol op en bovendien immuun voor de gevaren. Het kan zijn dat er op nieuwe plekken reuzenberenklauw ontstaat. Dit houden we dan ook goed in gaten. Maar ook uw hulp is natuurlijk welkom. Ziet u (vermoedelijk) reuzenberenklauw in de openbare ruimte? Meld het via Fixi of download de Fixi app. 

Berenklauw aangeraakt? Kijk op de website van het Rode Kruis voor tips.

 

Misschien is het je opgevallen: in Heemskerk wordt op een aantal plekken minder gemaaid dan vroeger. Waar eerder kort gemaaid gras groeide, zijn nu bloeiende bermen of velden te zien. We kiezen expres voor deze ontwikkeling. En dat heeft alles te maken met biodiversiteit.

Biodiversiteit in cijfers

De aantallen en diversiteit aan flora en fauna zijn sterk afgenomen. Sinds 1900 is 85% van alle inheemse planten- en diersoorten in Nederland verdwenen. Nederland is daarmee koploper biodiversiteitsverlies in Europa.

Waarom neemt biodiversiteit af?

Er zijn verschillende redenen voor de sterke afname. Bijvoorbeeld door veel landbouw en pesticiden, stikstofuitstoot en de afname van leefgebieden voor plant- en diersoorten. Is een soort verdwenen? Dan is het bijna onmogelijk om deze terug te krijgen. Wat we op z’n minst kunnen doen, is de overgebleven biodiversiteit behoeden van verdere achteruitgang.

Een bloeiende berm kan een verschil maken

Eén van die kansen ligt bij de velden en bermen in de openbare ruimte. We beheren niet langer door te kijken naar een schoonheidsideaal. Maar door te kijken naar de functie van een plek. Waar wordt gesport, gespeeld, gerecreëerd en op plekken die staan aangemerkt als hondenlosloopgebied, blijft het gras kort gemaaid. Heeft u een hond? Uw hond mag op hondenlosloopplekken ook in de bloeiende berm spelen. Als u dit niet prettig vindt, dan bent u zelf verantwoordelijk om uw hond op het korte gazon te houden. Waar niet wordt gerecreëerd kiezen we voor bloeiende bermen en velden. Als ergens meer soorten planten groeien, komen daar ook meer soorten dieren en insecten voor. Waar mogelijk toveren we in de toekomst nog meer plekken om tot bloeiende bermen en velden.

Uw hulp is welkom

Weet u een plek waar kort gemaaid gras ligt, maar waar niet wordt gerecreëerd? Laat het ons weten via een buurtmelding. We beoordelen graag of we het hier ook biodiverser kunnen maken. Wilt u in uw tuin iets doen voor biodiversiteit. Kijk dan eens bij de tuintips op de website van stichting Steenbreek.

U heeft ze missschien al wel eens zien staan in Heemskerk: vogelhuisjes op metalen paaltjes. Ook vleermuiskastjes zijn te vinden op plekken in het dorp. Dat is niet zomaar! Het zijn tijdelijke nestkasten voor vogels en vleermuizen. Woonopmaat gaat een aantal woningen en appartementen herbouwen en vernieuwen (zoals gasvrij maken). In de daken en gevels van de gebouwen zijn verblijfs- en broedplaatsen gevonden van de gierzwaluw, huismus en de vleermuis. Volgens de wet moeten we een alternatieve nest- broedplaats bieden bij het verbouwen. Dit geldt niet voor particulieren. De kastjes zijn dus tijdelijk neergezet zolang de nieuwbouw/verbouwing plaatsvindt en een tijdje daarna. De vogels en vleermuizen hebben dan rustig de tijd om weer in de nieuwe gebouwen te kruipen.

In de nieuwe gebouwen zijn ook weer mogelijkheden gemaakt voor de vogels en vleermuizen. Dit heet ‘natuur inclusief bouwen’. Een deel van de nestkasten hangt aan bestaande woningen. Een gedeelte is als losse ‘toren’ neergezet omdat soorten als huismussen, spreeuwen, gierzwaluwen en vleermuizen ‘koloniebroeders’ zijn. Oftewel ze nestelen graag met een hele zwerm dicht bij elkaar.

Locaties van tijdelijke nestjes met zorg uitgekozen

De locaties van de tijdelijke nestjes lijken misschien willekeurig, maar zijn dat zeker niet. De plekken zijn zorgvuldig uitgekozen door een ecoloog. Die heeft gekeken naar alles wat een nestelende/broedende vogel of vleermuis nodig heeft en waar de oorspronkelijke nesten zaten. Bij plaatsing van nestkasten is de vuistregel ‘de 5 V’s’:

  1. Verblijfs- en voorplantingsplaats (in dit geval de nestkasten op palen);
  2. Voedsel (bloeiende en besdragende beplanting én ‘open’ gebied met kruidenrijk gras);
  3. Variatie (een gebied met dichte beplanting, open grasland én water. Om te drinken én insecten te vangen);
  4. Veiligheid (o.a. dichte beplanting, maar ook een vrije aanvliegroute);
  5. Verbinding (met leefgebieden in omliggend landschap).

Tips? Mail ons!